AR in de AB

De AB was helemaal niet wat ik mij ervan had voorgesteld. Het was kleiner, en deed een beetje denken aan een gekrompen versie van de Concertzaal in de Vooruit (al is het eeuwen geleden dat ik daar nog eens een voet heb binnengezet, in die Concertzaal).

De inkom ziet er jaren 80-modern uit. Je kan binnen via slechts één ingang (hoewel er drie dubbele deuren zijn), en dan moet je via één van de drie of vier door kniehoge aluminium platen gemarkeerde gangen, aan het begin waarvan je je ticket laat scheuren –nu is er geen weg meer terug– en aan het eind waarvan security iedereen monstert. En ja, natuurlijk werd mijn tas doorzocht (ik weet waarom ik niet graag het vliegtuig neem).

Eenmaal binnen kom je in een soort foyer terecht –let wel, stel het je niet te groot voor; van de deur tot dat foyer is het hooguit een meter of tien. Links kan je naar beneden waar de toiletten en de vestiaire zijn. De vestiaire, dat zijn metale kastjes waar je je zaken in kwijt kan, en die op slot kunnen (genre zwemkom). In het foyer kan je drank kopen (ze werken met jetons), die je normaal gezien niet mag meenemen in de zaal zelf. Maar ja, je mag ook geen foto’s of geluidsopnames maken, en er werd gedurende het ganse concert geflitst.

De zaal zelf is –net zoals in de Vooruit– verdeeld in het parterre en links en rechts twee verdiepen gaanderijen. Op het eerste verdiep achteraan zijn bovendien zitplaatsen voorzien. U zit er beter niet te laag, en evenmijn aan de zijkanten. Comfortabele zitjes, goede akoestiek, en een geduldig publiek.

Want Axelle liet op zich wachten. Of het sterallures zijn of niet, ik ben er niet uit, maar tegen acht uur zat de zal stampvol (het concert was uitverkocht), en het duurde tot ongeveer kwart voor negen eer ze aan de set begonnen. Tot groot ongenoegen van het publiek, dat met tegenzin los kwam in de eerste set.

De eerste set bestond voornamelijk uit nieuwe songs. Jardin Secret, haar nieuwe album, werd pas zaterdag gereleased, en hoewel we hem in huis hebben gehaald, hadden we nog geen tijd gehad om ernaar te luisteren. Ook voor het publiek was het wennen, want van de funky Axelle was er maar weinig te merken. Iets na half tien was de set afgelopen.

Axelle verdween, en wij staarden elkaar met open mond aan, want ook de muzikanten verlieten spoorslags het podium. Twee maal 30 EUR voor amper een uur muziek? Dat leek ons toch iets van het goede teveel. Geen nood, binnen de kortste keren stond Axelle er terug, voor de tweede set. “Gezien jullie zo vriendelijk waren naar mijn onbekende nummers te luisteren, zullen we nog een paar bekendere spelen.” Al zei ze het niet letterlijk zo, en bovendien in het Frans, maar daar kwam het op neer. De schizofrene verhouding met onze beide landstalen (laten we even het Duits buiten beschouwing) zou haar gedurende het ganse concert parten spelen. “In Brussel weet ik nooit of ik Frans of Nederlands moet praten”, zo zei ze. “Maar ik heb ondervonden dat de Franstaligen tegenwoordig verschrikkelijk goed Nederlands kunnen.” En na een halve seconde pauze, “et les Flamands Français, évidemment.”

De tweede set was een best of, en werd duidelijk veel meer gesmaakt door het publiek. Sensualité, Je t’attends, Ce matin, A tâtons, A Quoi Ca Sert?, J’ai fait un rêve, … Wie de compilatieCD French Soul in huis heeft, weet waarover ik spreek.

Wat mij betreft een OK concert, met een dikke pluim voor het geluidsvolume en de belichting, al vond ik dat haar stem wat te weining volume kreeg in vergelijking met de muziek. Maar ik denk dat ze daarmee ‘onzuiverheden’ in haar stem wilden verdoezelen. Tessa vond het dik in orde –en zij kent hier meer van dan ik– en heeft haar wreed goed geamuseerd. Wat mij dan weer wreed content maakt, gezien het een cadeau voor haar was.

Axelle Red, gezien in de AB op 3 oktober 2006. De AB is heel goed bereikbaar met het openbaar vervoer, en bevindt zich op wandelafstand van het Centraal station –er rijden treinen terug naar Gent tot 0:27.

ochtendfilm

Grrrmbl. Mijn gezicht trekt langs links en rechts, gloeit, en de spieren in mijn linkerschouder en mijn nek doen pijn. Gevolgen van een paar uur in een t-shirt frontstage te staan (inclusief regen); ik zal de enige wel niet zijn. Maar ik kan absoluut niet ziek worden voor donderdagochtend. Ik moet woensdag ergens naartoe waarvoor ik in redelijke gezondheid moet verkeren, en wat ik niet wil uitstellen. Daarna wil ik gerust een week ziek zijn. T.t.z. tot maximaal de 10e ‘s avonds, want de 11e beginnen de press previews voor het FF –enfin toch voor mij, want ik heb te laat ontdekt dat ze eigenlijk al de 10e beginnen, en ik vrees dat ik die extra dag niet meer bij mijn verlof ga krijgen.

Daarnet reeds Windkracht 10 – Koksijde Rescue gezien (volgens IMDB is hij precies nog steeds in post-productie), en ik ben er redelijk van overtuigd dat de film volle zalen zal trekken. Voor elk wat wils, zowel man als vrouw, actie als tranen, retro als hip (soundtrack met Absynth Minded zingt Iggy Pop, The Machines, 2 Belgen, Machiavel, Daan en Sandrine), Veerle Baetens als Kevin Janssens.

Nog een paar uur doorbijten, en dan ga ik Tessa afhalen aan Centraal om naar het (uitverkochte) concert van Axelle Red in de AB te gaan. De bespreking van Windkracht 10 volgt donderdag –eerst te lezen op Het Project natuurlijk. Oh ja, de film opent vrijdag de previews –er zijn nog 52 plaatsen beschikbaar.

steinway (ciccolini)

Aldo Ciccolini! In Gent! Ik kende de 79-jarige pianist vooral van zijn Satie vertolkingen (en meer bepaald deze CD), dus die mogelijkheid kon ik niet laten schieten. Bovendien zou hij Rachmaninov’s tweede pianoconerto brengen. F-ck die opkomende migraine!

Op naar de Bijloke. Waar het allemaal begon met een enthousiast applaus voor Yannick Nézet-Séguin, die het Vlaams Radio Orkest met veel schwung dirigeerde. En zonder veel omhaal van wal stak met, errh, hmm, err… Wacht eens, dit is geen Rachmaninov, al was het maar omdat er geen piano meespeelde. En al evenmin Tchaikovsky (tweede deel van het concert); ik ken de Pathétique wel niet zo goed, maar wel goed genoeg om te weten dat dit het niet was.

Het klonk een beetje als een soundtrack uit de jaren ’50-’60-’70 (om maar eens een ruime marge te nemen), met duidelijk merkbare invloeden van Bernard Hermann. Hmm, onderbrak ik mijzelf, straks is dit echt Tchaikovsky, en dan sta ik hier echt wel voor piet snot. Als iemand mijn gedachten zou kunnen lezen, tenminste.

Groot was mijn verbazing (en die van nog een aantal andere mensen, die het programmaboekje evenmin hadden doorgenomen), toen aan het einde van het (relatief) korte stukje, een man, op slechts een paar zitjes van mij verwijderd, rechtveerde, en al applaudiserend naar het orkest stapte. Alwaar de dirigent geestdrifitig zijn hand schudde, en de man een eerbiedige buiging naar het publiek maakte. We hadden net een nieuwe compositie van Frédéric Devreese gehoord, bijgewoond door de componist zelve. Aha.

Daarna tijd voor maestro Ciccolini (op Steinway –dit was tenslotte het Steinway festival) en Rachmaninov. Ik heb het tweede pianoconcerto minstens een keer of vijftig gehoord (nog nooit eerder live opgevoerd), meestal in de uitvoering van Vladimir Ashkenazy (Amazon FR –ik zie net dat er een versie is met Hélène Grimaud). Maar welk een details heb ik nu ontdekt: de pizzicato’s, de baslijnen, de opbouw van de pianomelodieën (zelfs al werd de piano soms iets te veel overstemd door de rest van het orkest). Het pianowerk van Ciccolini was –hoewel ongelooflijk snel in de finale– zeer geprononceerd. Waanzinnig goed.

Na de pauze: Tchaikovsky. Ik ben niet zo’n fan van Tchaikovsky (en al helemaal niet van de Pathétique), al kan ik zijn Vioolconcerto zeer smaken. Bovendien vond ik dit stuk een beetje misgeprogrammeerd tov de andere werken die avond: Tchaikovsky had beter gepast tussen Devreese en Rachmaninov in. Na het geweld en de emotionele rollercoaster die het tweede pianoconcerto is, kwam de Pathétique maar heel makjes en bijna slaapverwekkend over. terwijl het dat helemaal niet is.

Zeer goed uitgevoerd, dat wel, maar in de shaduw van zijn voorganger, én mijn migraine begon nu toch wel serieus van zich te laten horen, waardoor dit deel van het concert een beetje aan mij voorbij gegaan is (dus nog een geluk dat Rachmaninov eerder kwam –ik had het niet willen ‘missen’).

Volgende week: Il Fondamento brengt de Passionskantate van Johann Wilhelm Hertel.