recensies

You are currently browsing the archive for the recensies category.

Het betere werk deze maand gehoort Duffy (Warwick Ave. is inderdaad een zeer mooi nummer), en Michael Nyman. Sigur Rós is goed, maar dan vooral in samenwerking met het beeldmateriaal (dank u, Ryan McGinly); The Fratellis zijn ook goed, maar niet echt vernieuwend of verfrissend; Vetiver is leutig op hete avonden, net zoals Al Green; Alanis Morissette ontgoochelt wat; en Bonnie “Prince” Billy is ok, maar de vorige waren (veel) beter.

Voila: 8 cds in één paragraaf –wat zeg ik: één zin. Volgende keer hopelijk iets uitgebreider, maar gezien het (jazz)festseizoen is, bekom ik deze maand waarschijnlijk niet zoveel nieuwe aanwinsten. Ook geen nieuwe Muxtape deze maand, wegens geen tijd –ik tracht dit ‘gemis’ (?) goed te maken.

  1. Rockferry / Duffy / 2008 / ***
  2. Lay it down / Al Green / 2008 / **(*)
  3. Flavors of entanglement / Alanis Morissette / 2008 / **
  4. Lie down in the light / Bonnie “Prince” Billy / 2008 / **
  5. Here we stand / The Fratellis / 2008 / **(*)
  6. Things of the Past / Vetiver / 2008 / **
  7. Med Sud I Eyrum Vid Spilum Endalaust / Sigur Rós / 2008 / ***
  8. Mozart 252 / Michael Nyman / 2008 / ***

0 te vermijden / * slecht, maar beluisterbaar / ** goed / *** zeer goed / **** fantastisch (meer uitleg bij de quotering)

(cds vorige maand)

Tags: , ,

Kerouac is gestorven twee maanden voor ik ben geboren. The Dharma Bums is geschreven in twee weken tijd (26/11-7/12/1957), op een rol TTY (teletype, een soort telexmachine) papier zodat hij geen vers papier in de tijpmachine hoefde te steken en zo ongestoord kon verder schrijven. Stel u voor hoe content die mens zou geweest zijn met een computer. Ik vond The Dharma Bums heel erg aangenaam om te lezen, ik was er waarschijnlijk voor in de juiste mood, daar in Seattle, niets eens zo ver van waar het zich alemaal afspeelde (op weg naar zijn berg passeert hij overigens door Seattle). Het is allemaal heel vloeiend, heel zen of “la vie est un longue fleuve tranquille“. Ik ben deze maand begonnen in Big Sur, wat een beetje in het verlengde daarvan ligt, en dan ben ik stilletjesaan klaar voor On the road denk ik.

Iemand schreef vorige maand dat Palahniuk niet meteen zijn/haar ding was. Lees anders deze Fight Club eens. Tenminste als u de film nog niet hebt gezien, want ik heb zelden zo’n letterlijke verfilming gezien. De schrijver bracht overigens net een nieuw boek uit, en dat heb ik dan meteen ook maar gelezen. Snuff moet het op het eerste gezicht hebben van het controversiële onderwerp, maar bij lezing wordt dat helemaal niet zo uitgespeeld. Tuurlijk, het is niet meteen een alledaagse situatie –t.t.z. ik heb toch nog niet deelgenomen aan een poging het wereldrecord gang-bang te verbreken– maar het verhaal zit heel leuk in elkaar en blijft verrassen op een verhaal technische –en dus niet louter inhoudelijke– manier.

The Monster of Florence is een true crime novel van Douglas Preston en Mario Spezi. De Italiaanse moordenaar was een bron van inspiratie voor Thomas Harris, de auteur van de Hannibal Lecter boeken (zoals Silence of the Lambs). Al werd Pietro Pacciani in 1994 en 1996 voor de moorden veroordeeld, is men nog steeds niet zeker of men daarmee wel de echte moordenaar te pakken had. Het verhaal laat denken aan de Zodiac-moorden uit de late jaren 60 (het monster pleegde zijn eerste moord in 1968). Een iets kortere (en dus leesbaarder ?) versie van het tweede deel van het boek “The Story of Douglas Preston” is te lezen in het artikel The Monster of Florence is te lezen in het artikel dat Preston in 2006 voor The Atlantic Monthly heeft geschreven (lees ook het aansluitend interview). Niet onverdeeld goede lectuur.

Van de twee McEwans is zonder enige twijfel The Child in Time het beste. Enduring Love is veel meer een stijl- of schrijfoefening; Nothing to Lose is vlot leesbare, maar niet noodzakelijk sprankelende Child; en terwijl I Am Legend leuk om lezen is, is de recente verfilming met Will Smith eer zeker een geïnspireerde interpretatie te noemen. The Dark River ten slotte, was de moeite van het wachten waard (let op, dit is deel twee uit een cyclus van drie).

  1. I Am Legend / Richard Matheson / 1954 / **
  2. The Dharma Bums / Jack Kerouac / 1958 / ***
  3. Nothing to Lose / Lee Child / 2008 / **
  4. Fight Club / Chuck Palahniuk / 1996 / ***
  5. The Child in Time / Ian McEwan / 1987 / ***
  6. Snuff / Chuck Palahniuk / 2008 / ***
  7. The Monster of Florence / Douglas Preston / 2008 / *(*)
  8. Enduring Love / Ian McEwan / 1999 / **
  9. The Dark River / John Twelve Hawks / 2008 / ***

0 te vermijden / * slecht, maar leesbaar / ** goed / *** zeer goed / **** fantastisch (meer uitleg bij de quotering)

(boeken vorige maand)

Tags: ,

Ziet dat aan: hoewel ik het zelf niet had verwacht, ben ik toch nog de cinemazalen in geraakt. En heb ik bovendien van elke film een bespreking geschreven.

Indiana Jones, beste mensen, is een jeugdfilm. U was zelf tiener of zoiets toen u de eerste en/of de tweede zag, en ik vraag mij werkelijk af hoe vele mensen erin slagen om dat feit te negeren. Het kan niet allemaal hoogliterair zijn.

The Hulk, kijk, dat trekt nu eens op niets. Mossel nog vis, commerciële inhoudsloosheid, en boordevol pretentie. Het kan ook anders, zoals in Iron Man. Gelijkaardig onderwerp, tot het gevecht tussen David en Goliath, maar vele keren onderhoudender.

Al gaat in onderstaand lijstje The Happening met de hoofdprijs lopen. Bijwijlen hilarisch, lacht met zichzelf, en weet het publiek toch nieuwsgierig en geboeid te houden. ‘t Zijn tijden, ‘t zijn tijden.

  1. Indiana Jones and the Kingdom of the Crystal Skull / Steven Spielberg / 2008 / Neptune Theatre, Seattle / **(*) (bespreking)
  2. The Happening / M. Night Shyamalan / 2008 / Regal Meridian 16, Seattle / *** (bespreking)
  3. The Incredible Hulk / Louis Leterrier / 2008 / Pacific Place 11, Seattle / *(*) (bespreking)
  4. Iron Man / Jon Favreau / 2008 / Pacific Place 11, Seattle / **(*) (bespreking)

0 te vermijden / * slecht, maar bekijkbaar / ** goed / *** zeer goed / **** fantastisch (meer uitleg bij de quotering)

(films vorige maand)

Tags: ,

Oei. Ik had mij nochtans voorgenomen geen strips meer te kopen, daar in Amerika, omdat ik al genoeg boekengewicht bijeen had gekocht. In mei heb ik mij kunnen inhouden, maar dan vonden we dat kleine tweedehands boekenwinkeltje, waar ze ook net de juiste selectie strips hebben. *zucht*

Batman blijft mijn favoriet, maar ook Spider-Man weet mij te bekoren en ik was al helemaal gecharmeerd voor de Ultimate Spider-Man reeks. Ik denk dat ik mij eens op de Ultimates (Ultimate Marvel) ga smijten. Gezien ik nog een bon van Borders had, heb ik mij maar meteen ook daarvan een boek gekocht, zo vlak voor we vertrokken (ik heb het wel nog niet gelezen).

Aanrader van de maand is dus Spider-Man, en dan al helemaal Reign. Dat kreeg op Goodreads de kritiek mee dat het thematisch gepikt was van The Dark Knight Returns (Batman), maar gezien ik dat nog niet heb gelezen kan ik er mij dan ook niet over uitspreken. En blijft Reign voorlopig dus met stip een aanrader!

  1. Batman: Black & White - Volume 1 / Various / 2007 / **
  2. Batman: Rules of Engagement / Andy Diggle, Whilce Portacio, Richard Friend / 2007 / **(*)
  3. Ultimate Spider-Man: Clone Saga / Brian Michael Bendis, Mark Bagley / 2007 / ***
  4. Spider-Man: Back In Black TPB / J. Michael Straczynski, Peter David, Ron Garney / 2008 / **(*)
  5. Spider-Man, Peter Parker: Back In Black TPB / Roberto Aguirre-Sacasa, Matt Fraction, Sean McKeever / 2008 / ***
  6. Spider-Man: Reign / Kaare Andrews, Jose Villarrubia / 2007 / ***(*)

0 te vermijden / * slecht, maar leesbaar / ** goed / *** zeer goed / **** fantastisch (meer uitleg bij de quotering)

(strips vorige maand)

Tags: , , ,

Het is duidelijk, het kan ook anders. Iron Man mist de doelloosheid en de bombast van The Incredible Hulk (zie onze bespreking), maar biedt in plaats daarvan twee voorbijvliegende uren degelijke –maar conventionele– ontspanning.

Iron Man had voor mij geen voorgeschiedenis. Ik heb er nooit een andere film over gezien, en ik heb er ook geen comic book van gelezen. Voorkennis bleek evenwel –geheel in tegenstelling tot het hulkgedrocht– absoluut niet nodig. Het verhaal begint netjes bij het begin, of liever: ergens in het midden, en laat de kijker voorzichtig deel uitmaken van het leven van Tony Stark, wapenhandelaar en Iron Man (neenee, ik verklap hier –alweer– niets mee). De film opent in een woestijn, waar Tony Stark meerijdt in een militair konvooi. De voertuigen worden evenwel onder vuur genomen, en Stark wordt verwond.

Iron Man Iron Man

Wat volgt is een klassiek en redelijk zwart-wit comic book verhaal. Wapenhandelaar Stark ziet in dat zijn handel niet alleen ten dienste staat van het Amerikaanse leger, maar via een omweg meteen ook haar tegenstanders bevoorraadt. Ten dele door de voorval aan het begin van de film bekeert hij zich tot ‘het goede’ en hij wordt in zijn kweeste om de schurken de wapens terug afhandig te maken, vanzelfprekend tegengewerkt door de persoon die zich met het (illegale) wapenhandeltje tracht te verrijken. Het is het soort van eenvoudig verhaal dat al vaak dienst heeft gedaan, maar die eenvoud werkt.

Robert Downey Jr. is de perfecte belichaming van Tony Stark. Wie hem nog kent uit Less Than Zero (de Brat Pack verfilming van Bret Easton Ellis’ gelijknamige roman met de schitterende theme song van The Bangles), zal zeker zijn sympathieke zelfzekerheid –op het randje van de arrogantie– herkennen. Tony Stark heeft het charisma van James Bond én zijn lef. Voeg daar nog eens zijn praktische intelligentie aan toe en een soort achteloze penchant tot zelfdestructie, en de vrouwen vallen bij bosjes. Het lijkt allemaal overigens heel sterk op het leven van de acteur zelf, en u begrijpt dat Robert Downey Jr. zeer correct werd gecast.

Iron Man

Geen nood, dit is een superhero film. Dat betekent dat er wordt gevochten, dat er onwaarschijnlijke stunts worden uitgevoerd, explosies in voorkomen, en al eens mag gelachen worden ook. Maar terwijl al die ingrediënten duidelijk in de film vervat zitten, dienen ze ter ondersteuning van het verhaal i.p.v. omgekeerd. Hier wordt geacteerd, en net zozeer om uw aandacht gevochten, als tegen de slechterik. Met een zeer leutig en heel Robert Downey Jr./Tony Strak typerend einde!

(Misschien moet ik toch maar eens de comic book versie van naderbij bekijken ook.)

Iron Man, van Jon Favreau met Robert Downey Jr. en Gwyneth Paltrow. Gezien in AMC Pacific Place 11, Seattle; te bekijken in Kinepolis Gent (Decascoop, Ter Platen).

Tags: , , ,

In de vroege jaren 80 zat ik aan de buis gekluisterd in de stiekeme hoop dat Dr. David Banner (die eigenlijk Bruce heet) weer eens kwaad zou worden en in de Hulk –dé Hulk!– zou veranderen. Die Hulk was eerst nog niet groen, want de geteleviseerde wereld zou voor mij nog even zwart/wit blijven. De Hulk paste perfect in de series van de tijd, want daarnaast keek ik ook nog naar the Love Boat en CHiPs. The Hulk was een melig voorspelbare serie, die maar weinig met de stripverhaalversie gemeen had, leerde ik later. Ik herinner me vooral een bange David Banner (die volgens het stripverhaal Bruce heet) en de boze spierbundel waarin hij veranderde.

Een paar jaar geleden duwde Ang Lee een belabberde Hulk (2003) in onze strot, een bittere pil die enkel wat kon worden verteerd door de aanwezigheid van Jennifer Connelly in de rol van Betty Ross, de collega en vriendin van Banner. De acteerprestaties in deze film waren grotendeels ondermaats, en de computergegenereerde Hulk leek vooral op een boze impersonatie van le Géant Vert.

The Incredible Hulk

Wat acteren betreft, maken we alvast een grote sprong vooruit. Deze keer heeft Edward Norton de rol van Dr. Bruce Banner op zich genomen, en de verbetering is merkbaar. Norton heeft ook meegewerkt aan het script –dat zelfs tijdens het draaien van de film meermaals werd bijgewerkt. De film vertelt in ijltempo –tijdens de opening credits– de ontstaansgeschiedenis van de Hulk, legt in een inleiding de verhouding tussen de personnages vast, maar gaat al gauw genoeg over in een voornamelijk inhoudsloze actiefilm. En de Hulk ziet er nog steeds uit als die Géant Vert.

We zijn natuurlijk verwend met verfilmingen zoals Spider-Man, X-Men en –vooral– Batman, en de tv series zoals Smallville en Heroes. In deze adaptaties wordt dieper ingegaan op de menselijke kant van de superheld(en), en de psychologische gevolgen van de twee-eenheid mens en held. De aanzet tot diepgang is in deze film wel aanwezig, maar de opsplitsing tussen actie en gevoel is net zo strikt als de scheiding tussen het eerste en het tweede deel van de film.

The Incredible Hulk

Het eerste, inleidende deel van de film legt de nadruk op de persoon van Bruce Banner, die moet afreken met het monster waarin hij verandert als zijn bloeddruk het van hem overneemt. Het tweede deel is voornamelijk inhoudsloze actie zonder de minste diepgang, in een aantal totaal ongeloofwaardige en clichématige situaties.

Deze film heeft een heleboel kansen gemist. Voortdurend worden er deuren geopend die leiden naar een dieper inzicht dat de plot ten goede zou komen, maar als de welwillende kijker bereid is om die kamer binnen te stappen, krijgt hij enkel de deur in zijn gezicht dichtgeklapt. Op zijn best kunnen we deze film beschouwen als een basis die wordt gelegd voor een hele reeks sequels, maar zelfs daarvoor mist hij eigenlijk een aantal grondslagen. Vanwaar komt die vete tussen de Generaal die op de Hulk jaagt en Bruce Banner? Hoe komt het dat Betty Ross (Liv Tyler) en Bruce Banner zo tot elkaar worden aangetrokken?

The Incredible Hulk

Laat deze film gerust links liggen, en kijk –net zoals wij– liever uit naar Batman: The Dark Knight, die later deze zomer wordt uitgebracht. Ondertussen gaan wij eerst snel nog eens naar Iron Man. De hoofdrolspeler uit die film (Robert Downey Jr.) kwam ons nog gauw even nieuwsgierig maken in de laatste minuut van de Hulk. Maar och, als u toch zou gaan, mis dan vooral guest apearances niet van (de overleden) Bill Bixby en Lou Ferrigno –resp. Dr David Banner en de Hulk uit de oorspronkelijke serie.

The Incredible Hulk, van Louis Leterrier met Edward Norton en Liv Tyler. Gezien in Pacific Place 11, Seattle; te bekijken in Kinepolis Gent (Decascoop, Ter Platen).

Tags: , , ,

Het gaat niet zo goed met M. Night Shyamalan, denken wij. Zijn laatste film –Lady in the Water– was een redelijk inhoudsloze verschrikking, en sinds deze eeuw heeft de man het gevoel dat hij niet echt meer welkom is in Hollywood. We hebben het nochtans over dezelfde persoon die in 1999 een pareltje heeft afgeleverd met The Sixth Sense, en een jaar later aan het begin van de comics superhero revival stond met Unbreakable –meteen ook de film die wat hem betrof hét breekpunt (vergeef me de woordspeling) betekende met de grote productiehuizen van Hollywood.

Daarna deed Signs het nog wel goed in de zalen, maar The Village –hoewel voorzien van een uitstekend scenario– bleef zo goed als onopgemerkt, en Lady in the Water werd –terecht– grotendeels door de kritiek vergruisd. We zijn echter opnieuw twee jaar verder, en de eigenzinnige regisseur laat deze keer The Happening op ons los.

The Happening The Happening

Een bioscoop is in de V.S. nog veel meer een commerciële belevenis dan in pakweg Kinepolis. Ik ging zaterdagvoormiddag –het weer was slecht, de wederhelft ging shoppen– en het eerste wat ik te horen kreeg was “that movie’s on the third floor, sir, where the concessions are at your service.” De concessions bleken een gigantische toog in beslag te nemen waar men niet alleen –zoals bij ons– snoepgoed, chips en popcorn verkocht, maar tevens hotdogs, burgers en pizza. Ik beperkte mij tot een medium cola light (wat achteraf ongeveer 1 liter bleek), tot verbazing van de man achter de kassa die heelder lijsten menu’s voor mij afdramde. “Ik wil echt geen popcorn of pizza, dank u,” probeerde ik hem te overtuigen, “u mag gerust stoppen.” Maar hij kon gewoon niet: “I’m sorry, Sir, but I have to recite all this or I could lose my job.” Juist, ja.

De zaal was niet overdreven groot en zat niet eens halfvol, maar het geurde er nog erger dan in een McDonalds. De hele vertoning ging gebukt onder gesmek, geslurp en geboer, maar iedereen had wel zijn gsm op stil ingesteld. De ganse setting was zo absurd dat het grappig was. En dat was meteen ook de teneur voor de film zelf.

The Happening The Happening

The Happening is een pure cultfilm. Hij kan meteen in Verheyens cultnight, we hoeven er geen tien-vijftien jaar op te wachten. De acteerprestaties zijn houterig, of nog vaker een typevoorbeeld van overacting. Ook het thema van de film lijkt zo uit de jaren zestig of zeventig weggelopen. Denk ook: Mars Attacks!, maar dan anders. In dit absurde genre van overdrevenheid is deze film een uitzonderlijk pareltje, dat echter maar door heel weinigen zo zal worden gesmaakt.

The HappeningDe film begint redelijk bloedstollend (geen nood, ik verklap niets): twee vriendinnen praten bij in Central Park, als het plots lijkt alsof de tijd stil staat. We zien één van beide vriendinnen een scherpe pin uit het haar verwijderen, en net als we denken dat ze haar vriendin om het leven zal brengen, doorboort ze haar eigen halsslagader. Al gauw blijkt dat er een golf van zelfmoorden door de stad gaat, en de regering denkt meteen aan een terroristische aanslag. Paniek breekt uit, en iedereen tracht de stad te verlaten.

Hoofdpersonages zijn Elliot Moore, een leraar wetenschappen gespeeld door Mark Wahlberg, en diens wereldvreemde vrouw, Alma Moore gespeeld door Zooey Deschanel, die samen aan de aanslag –men veronderstelt één of ander zenuwgas– trachten te ontsnappen. Ze komen van de ene bizarre situatie in de andere terecht, in een poging te achterhalen wat er aan de hand is.

Dit is wel degelijk een film waarnaar u beter voorbereid gaat kijken. The Happening is ontegensprekelijk een genrefilm, en u zal (heel erg) bedrogen uitkomen als u verwacht naar een huiveringwekkende thriller te gaan kijken. Deze film bevat alle elementen van cult, inclusief overacting en hilarisch overdreven dramatiek en spanning. Maar wie van dat genre houdt, krijgt zeker waar voor zijn geld.

The Happening, van M. Night Shyamalan, gezien Regal Meridian 16, Seattle. Te bekijken in Kinepolis Gent (Decascoop, Ter Platen)

Tags: ,

Het heeft even geduurd, maar uw reporter kon niet langer aan de lokroep van de pluchen zetels en het grote scherm weerstaan. Na twee maand zonder film of televisie —op een paar schaarse episodes van Bones op Hulu na— en na menige uren door de zoon gesleten achter een computer, vergezeld van de nodige uitroepen van verwondering, besloten we de nieuwste aflevering van Indiana Jones (and the Kingdom of the Crystal Skull) te gaan bekijken.

Is het een goed idee om met een (bijna) negenjarig kind een PG-13 film te bekijken? In Amerikaanse ogen waarschijnlijk niet, maar ik was amper twee jaar ouder toen de eerste film van de reeks (Raiders of the Lost Ark) in de zalen verscheen. En 15 toen ik Indiana Jones and the Temple of Doom (en Romancing the Stone) ging bekijken. En aan al die films heb ik uitstekende herinneringen, al vergeet ik wel eens of de tomatensoep-met-ogen nu bij Indy dan wel bij Jack Colton werd geserveerd. Blame it on my youth.

Indiana Jones Indiana Jones

Indy —zijn echte naam is Henry Walton Jones, Jr., een voornaam die hij overigens met mijn zoon deelt— is een flink pak ouder geworden. Daarop wordt reeds bij het begin van de film gealludeerd, maar dat verhindert er hem helemaal niet van om nog steeds die zweep te hanteren als was hij twintig jaar jonger. De film begint helaas bijna tergend traag, met tal van allusies naar de iconografie van de jaren 50, zoals o.a. het McCarthyism, Elvis, Marlon Brando, de nucleare tests in de Nevadawoestijn, Hangar (Area) 51, en aliens. Een beetje vermoeiend voor het volwassen publiek en misschien net iets te weinig relevant voor de jongeren. De scène waarin Indiana Jones zijn intrede doet in de film is echter een instant klassieker: een onherkenbare man wordt uit de koffer van een wagen gehaald, zijn hoed rolt in het zand. De man pakt de hoed op —we zien op dat moment enkel zijn benen, en de schaduw van hoofd en romp op de wagen geprojecteerd— en wanneer hij zijn hoed opzet, zwelt de Indiana Jones themamuziek tot een meeslepend crescendo.

Na de ietwat tragere (her)introductie van de personages in het eerste derde van de film, gaat het evenwel in een rotvaart verder als de protagonisten richting Peru vertrekken, op zoek naar de Kristallen Schedel uit de titel. De jungle leent zich vanzelfsprekend tot adembenemende avonturen met fauna, flora, autochtone bevolking, en ‘de slechten’. Enkel de onversaagde eetlust van de vleesetende mieren —die mij beestjes lieten mij terugdenken aan het Vlaams Filmpje “Marabunta”— noopte de jongeman naast mij even tot het afwenden van zijn gezicht.

Indiana Jones Indiana Jones

De typering van de personages en de dialogen zijn eerder vlak en weinig verrassend. Alle clichés komen aan bod, maar laat ons eerlijk zijn, dit is een Indy-film, en geen literatuur. Dit is een film voor een jong publiek of voor volwassenen met nostalgie, die in zijn voor een degelijke brok entertainment volgens bewezen recept. En vanuit dat oogpunt valt deze film dan ook gerust genietbaar te noemen.

Indiana Jones and the Kingdom of the Crystal Skull, gezien in het Neptune Theatre, Seattle. Te zien in Kinepolis (Decascoop, Ter Platen).

Tags: , ,

Tell you what, ik heb cd winkels ontdekt in Seattle. Waarschijnlijk enkel het topje van de ijsberg (en die in Borders en Barnes & Noble niet meegerekend), en dan nog alleen omdat ze binnen wandelafstand liggen. Dat is belangrijker dan u denkt, gezien wij niet over een wagen beschikken, en ook verder dan u denkt, gezien wij dat toch gewoon zijn van in Gent, al hebben we daar alletwee een abonnement op het openbaar vervoer –en een wagen. Geen twee wagens evenwel.

Edoch: het overzicht, en dat gaat deze keer gepaard met een nieuwe Muxtape, jawel!

Eigenlijk ben ik altijd al een fan geweest van Kate Nash. Ik heb het album nooit willen kopen, omdat ik ervan overtuigd was dat het wel in de aanbieding bij Bilbo zou komen te liggen, maar kijk, hier in Amerika heb ik het gevonden voor ocharme 8 USD. Iedereen kent Kate Nash ondertussen, velen zijn haar beu gehoord, en voor wie dat nog niet het geval is, kijkt waasrchijnlijk uit naar de opvolger van haar debuut. Eentje dat u mogelijks nog niet gehoord hebt, op deze Muxtape: Mariella, ook al voor het bedrieglijk vrolijke never ever ever ever ever ever ever ever ever ever. Commerieel, jawel, maar van het genietbare soort.
Muxtape track: Mariella

The Raconteurs werd mij in maart nog aangeprezen via iTunes. Jaja, dacht ik, ze zijn weer pushy, bij Apple. Maar ik luisterde naar een paar fragmentjes, en het klonk lang niet slecht. Toen ik mijn eerste muziekwinkel vond in Seattle stond de cd op een luisterpost, en ik heb de eerste twee liedjes beluisterd, en meteen meegenomen. Een beetje rondneuzen op internet, en dan blijkt dat o.a. Jack White (van The White Stripes) in de groep speelt.
Muxtape track: Carolina Drama.

Bill Frisell heb ik ontdekt met Good Dog, Happy Man, dat twee jaar na deze Nashville werd gereleased. Frisell speelt voornamelijk jazz, maar dan eerder het soort fusion met elementen uit klassiek en country (zoals op deze cd). Het is een eigenzinnig werk, en voor mij hoefden de vocale stukken eigenlijk niet. De rest is vintage Frisell. Hij is opgegroeid in Denver (vandaar waarschijnlijk ook de country-invloed), heeft zelfs een jaar in België gewoond, en woont sinds de jaren 90 in… Seattle. Plaats Bill Frisell in hetzelfde rijtje als John Scofield en Pat Metheny.
Muxtape track: Go Jake.

Charles Lloyd vergast on na het heerlijke Sangam op deze live cd. Ik had weinig keuze voor de track, gezien muxtape maar een beperkt aantal MB upload biedt. Niettemin, La Colline de Monk is een interessante Monkspielerei, maar niet het beste van de cd. Dat wordt uitkijken naar Jazz Middelheim!
Muxtape track: La Colline de Monk.

Voor Middelheim is er eerst nog Gent Jazz, en daar treedt deze groep op: Pat Metheny feat. Christian McBride en Antonio Sanchez. Alweer een live cd, zodat u goed voorbereid bent.
Muxtape track: Inori.

En een laatste beetje jazz met alweer een live cd. De stap van Metheny naar Brad Meldhau is helemaal niet groot. De keuze van de track was alweer beperkt, maar biedt een geslaagde overgang van jazz naar de volgende artiest.
Muxtape track: Wonderwall.

Third van Portishead is evenwel een beetje een ontgoocheling. Er wordt gewoon verder gewerkt alsof geen 11 jaar zijn voorbij gegaan sinds het vorige album. De beste Portishead blijft overigens nog steeds die Roseland NYC Live.
Muxtape track: Nylon Smile.

Het was vooral de cover die me aantrok tot The Age of Understatement van The Last Shadow Puppets. Maar toen ik de cd aan de luisterpost te horen kreeg, wist ik gewoon dat ik hem –net zoals die van The Raconteurs– moest hebben. Het project met o.a. de zanger van de Arctic Monkeys hebben geleid tot een verzameling korte, gebalde songs met veel energie.
Muxtape track: My mistakes were made for you.

Het beste hebben we wel degelijk tot het laatste bewaard. Richard Swift is een duizendpoot: regisseur, producer, singer-songwriter, en in 2007 ging hij nog met Wilco op tournee. Wie naar Richard Swift as Onasis luistert maakt zich waarschijnlijk net als ik de bedenking dat dit gefundeness fressen is voor de Gentse Vooruit. Fantastische dubbelcd –al is die dubbelcd maar een kleine 40 minuten lang.
Muxtape track: Knee-High Boogie Blues.

Tracks te beluisteren via volume12.muxtape.com

  1. Made of Bricks / Kate Nash / 2008 / **(*)
  2. Consolers of the Lonely / The Raconteurs / 2008 / **(*)
  3. Nashville / Bill Frisell / 1997 / **
  4. Rabo de Nube / Charles Lloyd Quartet / 2008 / ***
  5. Tokyo Day Trip / Pat Metheny / 2008 / ***
  6. Live / Brad Mehldau Trio / 2008 / ***
  7. Third / Portishead / 2008 / **
  8. The Age of Understatement / The Last Shadow Puppets / 2008 / **(*)
  9. Richard Swift as Onasis / Richard Swift / 2008 / ****

0 te vermijden / * slecht, maar beluisterbaar / ** goed / *** zeer goed / **** fantastisch (meer uitleg bij de quotering)

(cds vorige maand)

Tags: , , , ,

Het gebrek aan film en televisie –die paar episodes van Bones op Hulu even niet meegerekend– zorgt er duidelijk voor dat er meer boeken worden gelezen. Ik kan natuurlijk niet achterblijven op Henri, die er hier het ene na het andere boek van Artemis Fowl doorjaagt.

let me be

(Rolleiflex FX 80mm f/2.8, Fuji PRO400H, 400ASA)

Bon. De eerste twee waren van een matige kwaliteit. A Simple Plan is meer slapstick dan spanning, en mogelijks werkt zoiets wel in een film (het boek is verfilmd, maar ik herinner mij niet dat ik hem gezien heb); geschreven is het vooral ongeloofwaardig. La ligne noire was redelijk, behalve dan dat de de lezer de afwikkeling al van mijlen ver ziet aankomen. Ik ben beter gewoon van Grangé, maar het bleef gelukkig ontspannende lectuur.

Over Bad Luck and Trouble hoef ik niet veel te zeggen –zoals gewoonlijk over een boek van Child. Het is goed, volgt het gewone patroon en is dus weinig echt verrassend, maar geruststellend. En in tegenstelling tot wat vaak gebeurt in zo’n series, gaat de kwaliteit voorlopig nog niet naar beneden. Hoe blijft hij het interesant houden, vragen ze zich ook bij de NYTimes af, zie ik net (Tough Guy at the Border of Hope and Despair).

En dan heb ik mij met The Other Boleyn Girl ook maar eens aan een kasteelroman gewaagd. Compleet met historische figuren, al blijkt Philippa Gregory het met de echte gebeurtenissen niet zo nauw te hebben genomen. Dat vinden wij niet erg, faction is leuker, en in een roman moet met de zaken al eens wat naar de hand kunnen zetten. Leuk om lezen, het is ook verfilmd, maar de trailers die ik van de film heb gezien, maken het verhaal tot een heuse farce. Het boek telt dan ook meer dan 700 bladzijden, maar dat mag geen excuus zijn om het geheel te vermangelen.

Hoogtepunt van de maand was zonder enige twijfel The Cement Garden van Ian McEwan. Ook in deze vroege roman is zijn meesterschap al merkbaar; de aanpak is –schrijftechnisch– traditioneler, maar inhoudelijk gedurfd. Zeker in 1978. En ik ben ook benieuwd naar de film (ja, ook dit boek werd verfilmd), met Charlotte Gainsbourg.

Choke was mijn eerste Chuck Palahniuk, en ik ben er nog niet uit hoe goed ik het vond. Slecht was het in geen geval, al was mijn eerste reactie: dude, what are you on? Verfrissend. Ik ben benieuwd –alweer benieuwd; het is goed als boeken u benieuwd maken– naar Fight Club. Waarvan ik dan weer wel de film heb gezien, maar het boek nog niet heb gelezen.

Over Working for the Devil kunnen we heel kort zijn: belabberd is een te groot compliment. Zeer slecht geschreven.

Blasphemy is er één van dertien in een dozijn. Technisch heel goed, maar inhoudelijk nogal mager. En toch, dit is een beetje een belangrijk boek. Het zal door veel mensen worden gelezen, en het rekent op niet-belerende en niet-betuttelende manier af met een aantal vooroordelen. Fanatisme is slecht, of het nu religieus (christelijk) of wetenschappelijk is. Preston gaat in de aanval tegen het radicaal-conservatieve christendom –dat welig tiert in Amerika, weliger dan u denkt– en tegen scientology. Zonder een gematigd christendom te onderschrijven, laat hij evenwel het pad daarvoor open, en hopelijk helpt dat om zijn waarschuwingen te laten doordringen bij het doelpubliek.

De echte ongoocheling was Breakfast at Tiffany’s, dat ik een grotendeels lofty, arty-farty gedoe vond dat meer om stijl dan vorm of inhoud draaide. Ik heb ook In Cold Blood gekocht, dat naar verluidt geheel anders leest. Hopelijk. (De situatie met Holly Golightly, het hoofdpersonage uit de novelle, deed mij sterk denken aan de heisa rond Emily Gould, waar ik toevallig net over had gelezen.)

En dan was er Bond, James Bond. Om Ian Flemings 100e verjaardag te vieren, geeft uitgeverij Penguin niet alleen alle (Fleming) Bondboeken opnieuw uit (presentatie inclusief speciale website). In 2006 werd ook reeds aan schrijver Sebastian Faulks gevraagd een Bondboek te schrijven, en dat werd een paar dagen geleden gepubliceerd. Devil May Care is echter het eerste Bondverhaal dat ik lees –ik moet maar eens op zoek naar eentje van Fleming (of zo’n herdruk kopen). Ik kan Faulks’ Bond dus enkel vergelijken met de filmversies, en naar ik heb gelezen verschillen die nogal wat van de Bond uit Flemings boeken.

Bond blijft voor mij in eerste instantie (maar niet exclusief) Roger Moore, een humoristische maar verfijnde flegmatische gentleman, die onder alle omstandigheden het hoofd koel houdt. Dat beeld past perfect in het boek dat Faulks heeft neergepend, al zien we daar een duidelijk oudere en zachtere Bond. Faulks introduceert bovendien een aantal elementen die laten hopen dat hij nog een Bondboek schrijft –redelijk intrigerend hoe dat verder kan uitgespeeld worden. Het boek is heel aangenaam om lezen, met plenty of verbs, not many adverbs or adjectives –zoals Faulks laat optekenen in de NYTimes (That License to Kill Is Unexpired ).

(Hm –ik haal de NYTimes nogal vaak aan, merk ik. Daar hoeft u niks achter te zoeken.)

  1. La ligne noire / Jean-Christophe Grangé / 2007 / **
  2. A Simple Plan / Scott Smith / 1993 / *(*)
  3. Bad Luck and Trouble / Lee Child / 2007 / **(*)
  4. The Other Boleyn Girl / Philippa Gregory / 2001 / **(*)
  5. The Cement Garden / Ian McEwan / 1978 / ***(*)
  6. Choke / Chuck Palahniuk / 2001 / **(*)
  7. Working for the Devil / Lilith Saintcrow / 2006 / 0
  8. Blasphemy / Douglas Preston / 2008 / **(*)
  9. Breakfast at Tiffany’s: A Short Novel and Three Stories / Truman Capote / 1958 / *(*)
  10. Devil May Care / Sebastian Faulks / 2008 / **(*)

0 te vermijden / * slecht, maar leesbaar / ** goed / *** zeer goed / **** fantastisch (meer uitleg bij de quotering)

(boeken vorige maand)

Tags: ,

« Older entries