Films 201611

  1. Jason Bourne / Paul Greengrass / 2016 / *
    The CIA’s most dangerous former operative is drawn out of hiding to uncover more explosive truths about his past.
    Maar nee. Way past expiry date. Tommy Lee Jones speelt zo voorspelbaar; Matt Damon speelt zichzelf, en zelfs Alicia Vikander past in het cliché. Stop met deze franchise.
  2. Mechanic: Resurrection / Dennis Gansel / 2016 / *
    Arthur Bishop thought he had put his murderous past behind him when his most formidable foe kidnaps the love of his life. Now he is forced to travel the globe to complete three impossible assassinations, and do what he does best, make them look like accidents.
    Had het iemand over cliché, daarnet?
  3. Kubo and the Two Strings / Travis Knight / 2016 / ***
    A young boy named Kubo must locate a magical suit of armor worn by his late father in order to defeat a vengeful spirit from the past.
    Alleen het einde is echt rommelig, maar voor de rest? Uitstekend! gaat dat zien.
  4. The Wind Rises / Hayao Miyazaki / 2013 / ***
    A look at the life of Jiro Horikoshi, the man who designed Japanese fighter planes during World War II.
    Een nogal zwaar gefictionaliseerde vertelling over het leven van Jiro Horikoshi, maar uitstekend in beeld gebracht. Een pareltje.
  5. Autumn Lights / Angad Aulakh / 2016 / *(*)
    An American photographer adrift in a remote Icelandic community becomes entangled in the lives of a mysterious European couple.
    Zo weird en gekunsteld en bevreemdend en slecht geacteerd dat het soms bijna goed wordt. ik weet echt niet wat ervan te denken. Het mist net die oempf om er een fantastische film van te maken. Jammerlijk gemiste kans.
  6. The Barkley Marathons: The Race That Eats Its Young / Annika Iltis & Timothy James Kane / 2014 / ***(*)
    In its first 25 years only 10 people have finished The Barkley Marathons. Based on a historic prison escape, this cult like race tempts people from around the world to test their limits of physical and mental endurance in this documentary that contemplates the value of pain.
    Fantastische documentaire over één van de meest pijnlijke en moeilijke ultramarathons –veel meer dan een loopwedstrijd.
  7. What We Become / Bo Mikkelsen / 2015 / *(*)
    A family of four is quarantined in their home as a virulent strand of the flu spreads into town and they are forced to the extreme to escape alive.
  8. 7 años / Roger Gual / 2016 / *(*)
    Four friends face an agonizing decision. One must go to prison. The other three must make the sacrifice worthwhile.
  9. Even Lambs Have Teeth / Terry Miles / 2015 / *(*)
    Two young women terrorized by a group of small town psychos seek revenge on their tormentors.

0 te vermijden / * slecht, maar bekijkbaar / ** goed / *** zeer goed / **** fantastisch (meer uitleg bij de quotering)

(films vorige maand)

Sport 201611

Oktober was misschien niet de ideale maand om met mijn sportlijstje te (her)beginnen, maar november was gelijk niet veel beter. Eén of andere onverlaat wist mij temidden de maand te besmetten (de jury is het nog niet eens over wie juist –er zijn drie kandidaten), waardoor ik de laatste veertien dagen van november niets heb kunnen doen. En ik verzeker u: dat steekt. Hard.

  • di 01.11 Jagers vermijden! (33,5 km fietsen)
    Bij het begin van de maand was het nog herfstvakantie en zaten we nog in Bouillac, de zoon en ik. Tijd genoeg voor nog één ritje. Dinsdag heb ik wijselijk een rustdag ingelast, want woensdag moest ik de ganse dag naar huis terug rijden. Missie volbracht. Hilarisch overigens, die jagers die allemaal op een paar meter van elkaar aan de rand van de weg zitten, wachtend tot het wild door de drijvers uit de bossen wordt gejaagd. Weinig sportief, als u het mij vraagt.
  • do 03.11 Maandags ritje (op donderdag) (77,1 km fietsen)
    Donderdag had ik een paar vergaderingen in de namiddag, dus was er nog tijd genoeg voor een fietstochtje in de voormiddag. Ik kan die route ondertussen al bijna geblinddoekt afleggen, denk ik.
  • ma 07.11 Ik wou gaan fietsen maar moest gaan lopen (22,9 km lopen)
    Maandag wou ik gaan fietsen, maar de zoon had verzuimd de kippen eten te geven bij de schoonouders, waardoor ik er dan maar naar toe ben gelopen.
  • di 08.11 Zwalmke (77,9 km fietsen)
    …dus ben ik dinsdag maar gaan fietsen.
  • do 10.11 Holy f-cking fondo (117,6 km fietsen)
    …en donderdag opnieuw. Het begon nochtans niet goed: de Garmin deed lastig bij knooppunt 50 in Gent (Mariakerke), waardoor ik dat deel van de tocht precies kwijt ben –en dus ook die kilometers. Ik had mijn parcours redelijk nauw afgemeten, zodat ik net 115 km zou hebben bij mijn terugkomst –dat voordeel was ik nu kwijt. Terug in Gent (een paar uur later) heb ik dus maar een extra toertje rond de Watersportbaan gereden –in de gietende regen– zodat ik uiteindelijk toch aan mijn fondo-kilometers kwam. Juij!
    Maar wat bezielde mij om naar Nederland te fietsen? (Enfin, niets tegen de Nederlanders, en zeker niet de Zeelanders, want die blijken altijd maar weter zeer hoffelijk, vaak in tegenstelling tot de Belgische nummerplaten aldaar.) Het is daar dus bijzonder vlak. Dat wisten we al, ja, maar de kaalgeoogste polders bieden nu helemaal geen bescherming meer tegen vele de windvlagen –leuk als je rugwind hebt (heen), iets minder als je tegenwind hebt (terug). Maar het blijft schoon.
    En naar het buitenland fietsen is altijd leuk voor die obligate foto met grenspaal (ja toch?). En ik passeerde Europa’s Grootste Doolhof!
  • ma 14.11 Beetje loslopen (15,2 km lopen)
    Ik zat toen al precies ergens met een halve oorontsteking. Mijn rechteroor zat vol ‘watten’, een beetje gelijk bij het opstijgen van een vliegtuig, maar het wil maar niet terug naar ‘ploppen’ maar het normale gehoor. En beetje lastig tijdens het lopen, maar anders niet echt veel last van. Voor de rest een vlotte loop. Wat miezerige regen tijdens de laatste kilometers, geen hinder.
  • di 15.11 Modderploeteren aan de taalgrens (127,8 km fietsen)
    Miljaar. Via de Schelde tot in Kluisbergen, dan naar binnen bij onze Waalse vrienden. Op het jaagpad ging het heel vlotjes, onder een bijna constant gemiezel –iets harder dan gemiezel. Eenmaal van het jaagpad af, begon het geploeter in de modder. Alles was drijfnat, verborgen onder een dikke laag mist, en bedekt onder een laag bladeren en modder.
    In Ellezelles stuurde de GPS (de fietsknooppunten) mij langs de Oude Spoorweg / Ancien chemin de fer mij eerst langs trappen omhoog (!) en nadien langs een soort modderpad naar beneden –nee, ik rijd niet met een mountainbike dankuwel. Vervolgens ging het via de heuvels terug langs binnen (Horebeke, Zwalm, Dikkelvenne) om opnieuw nog een kort stukje Schelde mee te pikken.
    Alles zat onder de modder: fiets, schoenen, kousen, beenwarmers, vest, handschoenen. De kleine dorpsweggetjes, waar het anders zo leuk rijden is, waren door het oogstvervoer herschapen tot modderwegen.
  • do 17.11 Niet op uw gat blijven zitten! (12,2 km lopen)
    …maar toen was het wel om zeep. Ziek. Einde van de sportmaand.

(vorige maand)

Matthias M.R. Declercq – De Val

20161124_9789022331217Matthias M.R. Declercq schrijft voor o.a. De Morgen, Humo en het wielertijdschrift Bahamontes, zo vertelt de blurb mij op de achterkant. Ik heb een flinke maand geleden voor het eerst dat laatstgenoemde tijdschrift in huis gehaald, maar nog geen tijd gevonden om het effectief te lezen.

Het leek mij echt iets voor u, beweerde mijn wederhelft, toen ik ermee thuis kwam. Ze had het al eerder zien liggen maar had het niet durven meebrengen, omdat ik nogal eigenaardige kronkels in mijn hersenen heb, betreffende het ontdekken van dingen. Of ze had het gezien en was het gewoon vergeten, euforisch als ze enkele ogenblikken later was om de nieuwste Elle, die even verderop in de rekken lag.

Maar goed, als schrijven voor de Humo of De Morgen niet meteen een referentie mag zijn —tenzij uw naam Douglas De Conink is— dan kon Bahamontes alvast een passie voor het wielrennen betekenen. Declercq fietst bovendien ook zelf, stelt die blurb verder nog, en voegt daarbij woorden als jaagpad en Schelde toe, wat natuurlijk perfect past in het kraam van de marketing van een boek dat gaat over vijf wielrenners die samen op dat jaagpad langs de Schelde fietsen.

Het debuut van Declercq is geen fictie. Opnieuw een argument vóór, want met de goede fictie is het dun gezaaid in Vlaanderen. De schrijfstijl van Declercq kon in eerste instantie nochtans niet echt bekoren. Verwacht u niet aan zwierig proza, een stilistisch sterke pen of lang uitgesponnen zinnen. Declercq schrijft documentair, met de korte zinnen, kenmerkend voor Amerikaanse thrillers die het de lezer gemakkelijk willen maken om het verhaal te volgen. Structureel zit het alvast goed in elkaar. Declercq geeft duidelijk te volgen aanwijzingen voor de plot, herhaalt waar nodig en zonder overdrijven, en weet op gepaste momenten de lezer duchtig bij de keel te grijpen. Er is meer dan één moment waarop het boek werd dichtgeklapt om tranen te voorkomen.

De Val, als boek, is gedoemd om te verdwijnen in de annalen van de literatuur. Het wordt hooguit een voetnoot, net zoals de geschiedenis die het boek vertelt, net zoals minstens vier van de vijf jongens wiens levensverhaal hier uit de doeken wordt gedaan. De wielrenners die niemand kent, de tragiek van de alledaagse realiteit. De Val is een verhaal dat als fictie niet zou werken, omdat het te archetypisch is voor die Vlaamse tragedie, waarin de personages zich wanhopig en bij voorbaat gedoemd trachtten te ontrukken uit de Vlaamse klei. Declercq weet van deze gebeurtenissen echter een beklijvend verhaal te maken, ondanks het weinig creatieve proza; meer zelfs, eentje dat het verdient om gelezen te worden. Want ook dat is typisch Vlaams: er is steeds te weinig aandacht voor de voetnoten.

Matthias M.R. Declercq, De Val. Manteau, ISBN 978 90 223 3121 7

Jos L. Knaepen

20140816_jos-toots-001Een maand geleden is Jos L. Knaepen overleden. Jos was de meest bekende jazzfotograaf van Vlaanderen en omstreken, met een faam die tot ver buiten de landsgrenzen reikte. Zijn foto’s werden gebruikt in o.a. Downbeat en Jazz Times, en door het Smithsonian Institute bij de verjaardagsspecial over Wynton Marsalis. In 2008 exposeerde hij in het American Jazz Museum in Kansas City, en werd hij door de Jazz Journalists Association (JJA) ook genomineerd voor de Excellence in Photography Award. Wie naar Gent Jazz Festival of Jazz Middelheim komt heeft zijn foto’s zeker al gezien, op de levensgrote spandoeken die verspreid over het festivalterrein zijn opgehangen. En Jos was ook huisfotograaf van Jazzmozaïek. Van bij het ontstaan tilden zijn foto’s het tijdschrift op een hoger niveau.

Jos was ook een vriend.

Hij was al een tijdje ziek, en de laatste weken voor zijn dood was er duchtig gecommuniceerd, voornamelijk met Tessa. Eerst met Jos zelf, en nadien met Greet, de onmisbare Greet die al vijftien jaar deel van zijn leven uitmaakte. Er was hoop, veel hoop, maar uiteindelijk zou de meedogenloze realiteit zoals steeds de bovenhand halen. Jos liet de laatste levensadem in de armen van Greet. Zijn Greet.

Toen ik iets meer dan tien jaar geleden voor het eerst naar Opatuur trok, had ik nog niet van hem gehoord. Ik was helemaal nieuw in het jazz wereldje, waarin ik hardnekkig zou blijven plakken. Een paar maanden later was er het Blue Note festival (editie 2005), en via Gentblogt kwam ik daar vlotjes bij de fotografen in de frontstage te staan. Eén fotograaf stak er met kop en schouders bovenuit, niet zozeer door zijn gestalte, maar wel door de ogenschijnlijke bedaardheid waarmee hij eerst de scène overschouwde, en vervolgens doelbewust een paar foto’s ging maken. Hij had een gigantische lens op één van zijn toestellen zitten, en stond vaak aan de zijkant rustig te kadreren, geholpen door een monopod, afwachtend tot de artiest net op die manier in zijn lens kwam gesprongen als hij voor ogen had.

Achteraf hoorde ik dat die man Jos Knaepen was (met vaak die ‘L.’ daar nog tussen), en bekend stond als de jazzman. Hij was de officiële festivalfotograaf. Gaandeweg heb ik Jos beter leren kennen, en hoewel hij uiterlijk veelal rustig blijft, had hij een gefundeerde mening over zijn vak. Een visie, die hij graag deelde met de minder ervaren fotografen. Fotograferen is kijken en zien, stelde Jos. Observeren hoe zo’n artiest zich gedraagt, en dan weet je gewoon wanneer die goede foto eraan komt. Wie zich openstelde voor de feedback van Jos, leerde met bakken bij.

Jos maakte die foto’s als vakman. Vaak werkte hij digitaal omdat de foto’s nu eenmaal snel nodig waren, maar het liefste van al werkte hij analoog. Naar Gent Jazz Festival bracht hij een halve studio mee, inclusief flitsers en achtergrond, om de grootheden uit de jazz op een deftige manier te kunnen portretteren. Hadden ze geen zin, dan hadden ze geen zin, maar ze waren dun gezaaid, de muzikanten die niet voor zijn camera wilden plaatsnemen.

In de zomer van 2014 werd mij gevraagd om Jos te interviewen voor Jazzmozaïek. Jos had net de Muze van Sabam gekregen, en Bernard Lefèvre had mij in de persruimte van Gent Jazz Festival even apart genomen om mij —buiten het hoorbereik van Jos— daarover te polsen. Jazzmozaïek had mij al een paar kreeg halvelings gevraagd om een interview af te nemen van deze of gene muzikant, maar ik had die boot altijd afgehouden: ik durf dat niet.

Jos bevragen, dat was iets anders. Jos was ondertussen een vriend geworden, en we deelden die twee onvergankelijke liefdes: jazz en fotografie. We spraken af om dat interview te laten plaatsvinden op Jazz Middelheim, waar we tijdens de soundcheck de perstent voor onszelf hadden. Voor we het wisten hadden we goed drie kwartier vol gepraat, en we zijn eigenlijk alleen gestopt omdat de volgende groep aan de soundcheck begon, en we elkaar niet meer konden horen door de muziek.

Jazzmozaïek had slechts een paar paragrafen nodig, en voorzag (vanzelfsprekend) veel meer plaats om de foto’s zelf te laten spreken. Misschien publiceer ik het interview hier binnenkort nog wel eens integraal.

“Jazz is about being in the moment.”, moet Herbie Hancock ooit gezegd hebben. Wel, daar was Jos ook altijd te vinden, met zijn camera in de aanslag om dat moment décisif vast te leggen. Ik ben zo ontzettend dankbaar dat ik hem heb mogen kennen.

Katrijn Van Bouwel – De muze en het meisje

20161116_9789044631081Deze korte bespreking zal mij wellicht niet in dank worden afgenomen. Ik ken veel mensen die Katrijn Van Bouwel kennen; ik ken haar niet; zij kent mij niet. Voor de rest is dit niet relevant, behalve dan misschien omdat de roman mij wel om die reden aansprak (de connecties, de onbekende bekendheid), maar net zo goed omwille van de titel, en de mooie foto van Carmen De Vos. Die foto sluit perfect aan bij het verhaal. De Vos maakt —vergeef de simpliciteit— gestileerde boudoirfoto’s, zeer gemanipuleerde foto’s met een erotisch kantje aan, dat nooit vulgair wordt. De Murielle Scherre van de fotografie –al zullen ze mij die vergelijking misschien allebei ook kwalijk nemen.

Het debuut van Van Bouwel is op zijn best een Bildungsroman, een verhaal waarin het hoofdpersonage een ontwikkeling meemaakt (ondergaat was hier misschien ook op zijn plaats geweest) en bij voorkeur rijper uit de gebeurtenissen komt. Het verhaal van Mila is onderhoudend en mooi in kaart en beeld gebracht. De schrijfstijl is spontaan en niet al te geconstrueerd, en zeker niet hermetisch of hoogdravend. Er zitten zelfs een paar mooi uitgewerkte seksscènes in (maar waarom een Vlaamse penis een Hollandse pik moet worden, blijft een raadsel).

De muze en het meisje bevat echter een heleboel clichés. Iets te veel om echt van een goed boek te kunnen spreken. Ik heb zelfs —en dat overkomt me zelden— een pen ter hand genomen om heelder passages te schrappen of om woest vraagtekens in de kantlijn te plaatsen. Had ik de kunde, dan had ik her en der :rolleyes: getekend. Een voorbeeld? Gans hoofdstuk vier uit het eerste deel (Herfst), had uit dit boek mogen geschrapt worden. Wat zeg ik: had geschrapt móeten worden. De ontmoeting tussen de twee vriendinnen Mila en Lisa en twee kerels (“van het type dat de ‘succesvolle zakenman’ speelt in een B-film”) is puberaal en zonder waarde. Het is een boutade, mogelijks rechtstreeks gegrepen uit het leven van de schrijfster, en daardoor veel te anekdotisch. Het lijkt mij iets wat een eindredacteur, die naam waardig, had mogen onderscheppen. Vooral in de emotionele passages sluipen de clichés gretig binnen.

Het slot is dan weer voorbeeldig. We vergeten gemakshalve het begin van dat laatste deel (Zomer), dat, zoals in een goedkope horrorfilm, een wanhopige poging doet de lezer (resp. kijker) op een dwaalspoor te brengen. Eenmaal die korte passage voorbij, volgen de beste bladzijden van het boek (en is het einde niet wat de lezer onthoudt), waarin Mila wel degelijk mentaal sterk gegroeid de Bildungsroman kan beëindigen. De schrijfster heeft een gelijkaardige groei meegemaakt in haar schrijven (pas op, straks heeft ze dat einde eerst geschreven!), waardoor dit boek alsnog laat uitkijken naar een volgende worp. Hopelijk kan Van Bouwel daar dan iets meer afstand nemen van haar personage.

Herfstvakantie in Bouillac

Laat ons in de herfstvakantie naar Bouillac trekken, had ik tegen de zoon gezegd. Eigenlijk was ik sowieso van plan om te gaan, met of zonder gezelschap. Tessa had haar wachten tijdens die week, dus dat betekende (nog) lange(re) werkdagen en slapeloze nachten. De zoon moest ook wat leren, maar het grote plan was om ook daar te leren, en om tegen het midden van de vakantie terug naar huis te keren (ik had donderdag en vrijdag immers vergaderingen).

We vertrokken vrijdag –te laat om op een deftig uur aan te komen, een half uur te vroeg, zo zou blijken, om reeds ontbijtkoeken te kunnen kopen. We waren net voor vier uur ‘s nachts bij ons huisje, en passeerden om half vier de Tourtes de la Nauze in Belvès, waar de winkel om vier uur opent. We waren te moe om daarop te wachten. Ik vind dat overigens best ontspannend, zo ‘s nachts rijden. De zoon slaapt, en ik tel vooral niet de streepjes op de baan.

20161029_bouillac01

‘s Ochtends –bijzonder vroeg, rekening houdend met het uur waarop we in ons bed waren gekropen– trokken we naar Monpazier om daar de beste ontbijtkoeken van de regio te kopen. Voor eventjes toch, want na zondag zou geen enkele bakker nog open zijn, voor de rest van de week –behalve die Tourtes de la Nauze, en het is toch niet meteen het fijnere gebak, wat men daar verkoopt.

20161101_bouillac05

De ochtenden waren schitterend. Een beetje koud, rond het vriespunt (!!), maar tegen dat het goed en wel tien, elf uur was, was de temperatuur bijna dertig graden de hoogte in geschoten! Meer dan warm genoeg om onze lunches buiten in de zon te nuttigen –brood en sla en tomaat, meer moet dat niet zijn om te genieten.

Processed with VSCO with e7 preset

De dagen draaiden rond de fiets, boeken, haardvuur en een fenomenale sterrenhemel. Op zondag zijn we wijselijk op het domein gebleven. November is jachttijd, en het waren geen champagnekurken die we rond ons hoorden knallen. Op dinsdag –een feestdag en dus werden die schietgeweren bovengehaald– passeerden we een ganse troep jagers die langs de weg hadden postgevat en het wild afwachtten, dat hun drijvers hopelijk hun richting uitstuurden.

Naast de sterrenhemel waren het vooral ook de zonsopgangen die bijzonder genietbaar waren. Combineer lage zon met mist en herfstkleuren, en het kan niet meer stuk. Volgend jaar doen we dat opnieuw –afhankelijk van de verlofdagen van de zoon die dan aan de unief zal studeren. Maar ondertussen overwegen we al tijdens de krokusvakantie te gaan ook –als het niet nog al té koud is.

Processed with VSCO with e2 preset

Processed with VSCO with 9 preset

Processed with VSCO with e5 preset

Processed with VSCO with e5 preset

Processed with VSCO with 9 preset

Processed with VSCO with e8 preset

Processed with VSCO with e7 preset

Processed with VSCO with 9 preset

Sport 201610

Hier zijn de lijstjes weer. Ooit, toen ik begon met lopen, hield ik op dit blog meticuleus bij wat ik allemaal aflegde op een maand. Dat was de tijd voor Strava, en meestal gebruikte ik het Nike+ systeem (en was daar zeer tevreden over). Ondertussen, op een kleine tien jaar, zijn GPS horloges en dito fietstrainers gemeengoed geworden, en komen al die trainingen terecht op Strava. Maar ik hou van lijstjes, dus smijt ik het vanaf heden hier ook weer op.

In 2007 ben ik beginnen lopen, met als doel de Gentse stadsloop mee te lopen. Ondertussen loop ik nog steeds, maar die stadsloop, daar heb ik nog nooit aan meegedaan. Ik heb al één keer (twee keren eigenlijk) aan een wedstrijd meegedaan, maar voorlopig motiveert me dat nog (steeds) niet. Ik zou wel graag voor mijn vijftigste (ik heb nog tijd) een ultra lopen –maar ik denk dat ik dan toch eens een serieus plan ga moeten opstellen.

In 2009 heb ik ook een tijdje gefietst, maar dat bleek geen succes. Die fiets heb ik ondertussen al lang doorverkocht –tot mijn spijt. Eerder dit jaar ben ik opnieuw beginnen fietsen, onder impuls van de zoon. Momenteel fiets ik met een Schindelhauer Siegfried Road, een single speed aluminium frame ros van aanvaardbaar gewicht (9 kg), aangedreven door een carbon belt (ipv een ketting). Zeer gemakkelijk in het onderhoud, maar de fiets is toch niet ideaal als sportfiets. Dat was duidelijk toen ik met de zoon het grote plan had opgevat om de de Koppenberg op te fietsen, en ik na een paar luttele meters al moest afstappen omdat (1) mijn conditie niet goed genoeg was (2) om met zo’n grote versnelling daar naar boven te rijden (60 ‘tanden’ vooraan, 22 achteraan). Maar bon, dat houdt mij voor de rest niet tegen.

De zoon heeft mij ook de knooppunten/fietsroutes leren kennen, aan de hand waarvan ik mijn routes plan, en vervolgens op de GPS volg. Plezier gegarandeerd. Ik ben al naar Nederland gefietst en naar Wallonië!

Oktober was misschien niet de ideale maand om dit lijstje met te beginnen, gezien ik veertien dagen (te) ziek geweest ben om te sporten (combinatie van migraine en luchtweginfectie), maar dat trekken we ons niet (meer) aan.

  • ma 03.10 Beetje pushen (11,7 km lopen)
    Eind september was ik Mallorca voor een korte huwelijksreis, en ik heb daar toch een paar ochtenden gelopen. Helemaal uit mijn comfortzone. Het hotel lag op een (steile) heuvel, en alle loopopties bevatten wel één of andere klim. Genadeloze klim, want ik was dat totaal niet gewoon. Het heeft toch deugd gedaan, als training, want eenmaal terug op het vlakke parcours in Gent, ging het precies toch wat gemakkelijker.
  • ma 17.10 F-ck bronchitis (77,2 km fietsen)
    En toen was ik ziek, en toen was ik het beu. En besloot ik toch maar –reutelend en al– te gaan fietsen. I’m the boss of me en al die andere motivational dinges.
  • wo 19.10 Wind en regen rond de Watersportbaan (11,6 km lopen)
    Ik blijf dat zo leutig vinden, lopen in de regen.
  • ma 24.10 Watersportbaan (x3) (16,5 km lopen)
  • di 25.10 Bad leg day (99,9 km fietsen)
    Het wou maar niet vlotten. Ik had het gevoel dat ik telkens tegen de wind in ging, dat mijn benen niet mee wilden, dat ik geen energie had. Net geen 100 km lang.
  • do 27.10 Zwalmstreek (75,8 km fietsen)
  • za 29.10 Kort wegens technische problemen (12 km fietsen)
    Zoon en ik gingen tijdens de herfstvakantie naar Bouillac, waar wel beiden een (goedkope) mountainbike staan hebben (uit de lokale Décathlon). Goedkoop is in dit geval niet meteen kwaliteit, want de zoon heeft regelmatig technische problemen –hij prutst ook graag aan zijn fiets natuurlijk (en gelijk heeft hij). Een kort trajectje als resultaat.
  • zo 30.10 Klimtervallekes (4,4 km lopen)
  • zo 30.10 Rap wat klimtervallekes met de fiets (1,8 km fietsen)
    November is jachtseizoen en men raadt af van op zondag (tijdens de jacht) in de bossen te gaan rondhangen. Dus hebben we wat intervallekes gefietst (en ik vooral gelopen) op de steile hellingen van ons domein aldaar.
  • ma 31.10 Double tour (29,7 km fietsen)
    Maandag hebben we ter compensatie een extra lange tour van ons standaard parcours afgelegd, inclusief de kuitenbijtende helling naar Château de la Bourlie (waar we door een paar jachthonden werden opgewacht).